Ik ging weer eens met de trein.
Ik voelde me fris en kalm. Ik sleepte mijn loodzware koffer de trappen op en bleef op het perron staan. Op een bankje zat een man die samen met zijn rugzak bijna drie plaatsen in beslag nam. Een meisje ging op het hoekje van de bank zitten dat nog vrij was. Ik ging op een muurtje zitten en tuurde naar de klok op het andere perron. Nog een kwartier. Een oud vrouwtje kwam het perron opgeschuifeld, maar de man op de bank maakte geen aanstalten om plaats te maken. Ik zag hoe een duif naar de rand van het perron wandelde en hop naar het volgende perron vloog. Zo gemakkelijk. Ik keek weer naar de klok. Nog tien minuten. Ik liet mijn gedachten zomaar wat ronddwalen. Ik overdacht in vijf minuten mijn hele toekomst. De man op de bank stak zijn vierde sigaret op.

zo, nu mag het wel weer afkoelen. en dan dit weer terug als de examens gedaan zijn. en deze week heel de week 18 graden en regen. en zo twee keer per dag een kwartiertje zon. en dan ga ik ik frambozen plukken.

ik heb vandaag al zeker tien keer tegen mezelf “ik ben zo mooooeeee” gezegd

wat natuurlijk ook niet echt helpt

tijd om nog eens een teken-en-luisterboek-avondje in te lassen.

morgen bijvoorbeeld.

paper ingediend! :)

paper ingediend! :)

zo, ik heb vandaag weer tien uur keihard gepaperd

genoeg voor vandaag, zou ik zo zeggen

jep.

i feel so evil.

i feel so evil.

ik vind het prachtig om met de trein te rijden. de trein rijdt zo prachtig vandaag. de zon schijnt binnen door de raampjes van de kleine wagon, waar langs de buitenkant een gedicht van hugo claus op staat. door het zonlicht, de blauwe hemel en het groene gras buiten ziet het geel-met-bruine interieur er mooi uit. hij lijkt plots van een heel hanteerbare omvang. alsof je, als je je armen heel breed uitstrekt, je hem wel zou kunnen oppakken. dit lijkt wel de eerste vakantiefoto: de gele bagagerekken, de bruine achterwand met het nummer 319, een icoontje dat aangeeft dat je niet mag roken, donkerbruine banken met gele handvaten.

de tweede vakantiefoto: buiten suizen groene bomen en struiken voorbij, soms ook weiden met koeien, velden en rommelige en nette achtertuinen, of een blauwe rivier waarvan de naam te snel voorbij schiet om hem te kunnen lezen. aan het raam zitten twee oude vrouwtjes te praten, met hese stemmen van het roken. “warm hé,” zeggen ze. ik knik instemmend. de eerste zomerdag, precies zoals ik het had gewild.

een treinrit in een waas van grijze regen. de trein lijkt eindeloos te rijden door onbestemde landen, waarheen je fantasie je maar voert. ik dompel mijzelf in melancholie en sehnsucht en denkbeeldige filmscènes over het afscheid van geliefden, met weemoedige spaanse gitaarmuziek op de achtergrond.